Wat is partstherapie, volgens Roy Hunter

 

 

door Roy Hunter | jul 17, 2014 |

Voordat ik de vraag in de titel beantwoord, wil ik een andere belangrijke vraag stellen: hoe vaak ervaren mensen innerlijke conflicten die de succesvolle verwezenlijking van belangrijke doelstellingen remmen?
Hypnotherapeuten maken vaak gebruik van bewezen technieken om hun cliënten te helpen ongewenste gewoonten te veranderen en/of de gewenste persoonlijke en professionele doelen te bereiken. Toch, ondanks grote inzet van zowel de cliënt als de therapeut, verhinderen onopgeloste innerlijke conflicten soms het realiseren van deze ideale versterking. Partstherapie kan hierop het antwoord zijn!
Charles Tebbetts krijgt vaak de eer voor het ontwikkelen van partstherapie. Hij was echter een partstherapiepionier die de techniek heeft geleend van Paul Federn en heeft aangepast. Terwijl mijn overleden mentor de credits openlijk aan Federn gaf, heeft Tebbetts partstherapie geëvolueerd tot een meer cliëntgerichte techniek. Ik heb Tebbetts’ werk na zijn overlijden verder verfijnd, maar ik beschouw hem als de grondlegger van cliëntgerichte partstherapie.
Laten we nu de eerste vraag verkennen. Ik geef een eenvoudige definitie van partstherapie, gevolgd door de uitleg die ik aan mijn cliënten geef.

 

De eenvoudige definitie van partstherapie

Partstherapie is gebaseerd op het concept dat onze persoonlijkheid bestaat uit een aantal verschillende delen. Onze persoonlijkheidsdelen zijn aspecten van het onderbewustzijn, elk met hun respectievelijke taken of functies van de innerlijke geest. Met andere woorden, we hebben de neiging om veel verschillende petten op te zetten terwijl we het levenspad bewandelen.

Ik geef een eenvoudige uitleg aan mijn cliënten vóórdat ik partstherapie gebruik. Om het risico te voorkomen dat de cliënt zich ongemakkelijk voelt, gebruik ik mijzelf als voorbeeld. Ik vertel mijn cliënten over mijn innerlijke kind dat graag ’s avonds naar de bioscoop wil, terwijl mijn rationale ‘accountant’ deel mij motiveert om naar de middagvoorstelling te gaan. Waarom? ’s Middags is het nu eenmaal goedkoper…. Terwijl mijn normale bewustzijn in de regel deze beslissing neemt, ben ik toch bewust van de conflicterende wensen van twee delen van mijzelf.
Veel dieetvolgers zijn zich bewust van de wens om minder te eten, maar dit gevoel wordt vaak overweldigd door de conflicterende wens om ‘junk food’ te eten. Rokers maken vaak een nieuwe belofte om te stoppen om er vervolgens achter te komen dat deze belofte letterlijk in rook opgaat.
Ik vertel cliënten dat we ons bewust kunnen zijn van deze conflicterende wensen die voortkomen uit onze persoonlijkheidsdelen. Ik voeg daaraantoe dat we deze delen kunnen aanspreken tijdens hypnose. Zo vertel ik een roker voordat we de hypnosesessie beginnen: “Een deel in jou wil stoppen, anders zou je geen tijd en geld investeren in deze sessies. Maar, er is een ander deel dat wil blijven roken, anders zou je geen professionele hulp zoeken, nietwaar?”
Ik investeer slechts twee à drie minuten aan bovenstaande uitleg met een aantal voorbeelden. Het resultaat is vele malen groter. Deze uitleg maakt namelijk een groot verschil in hoe ‘comfortabel’ een cliënt zich voelt als je besluit om partstherapie toe te passen tijdens de sessie.

 

Wanneer is partstherapie geschikt?

Deze techniek is geschikt als er sprake is van een innerlijk conflict dat verhindert dat een cliënt een belangrijk doel realiseert, zoals stoppen met roken. Een voorbeeld: de cliënt zegt: “Een deel van mij wil stoppen met roken, maar een ander deel zorgt ervoor dat elke poging daartoe wordt gesaboteerd!” Een dergelijke opmerking tijdens het voorgesprek is een signaal om partstherapie te overwegen. Dit innerlijke conflict kan bovendien een reden zijn waarom een cliënt niet goed reageert op positieve suggesties en het gebruik van verbeeldingskracht, die ik gebruik tijdens de eerste twee sessies.

Ik gebruik partstherapie NIET tijdens de eerste sessie met een cliënt. Ik gebruik directe suggesties en verbeeldingskracht om een prettige eerste trancereis te geven en wacht tot een volgende sessie voordat ik gebruikmaak van een geavanceerde hypnosetechniek. Ik wil dat de eerste trance-ervaring van de cliënt aangenaam is, omdat eerste ervaringen blijvend zijn.
Zolang niet duidelijk is of ik partstherapie zal gebruiken, kies ik ideomotor-antwoorden met de vingers om uit te vinden of er een of meer oorzaken zijn in het onderbewustzijn. Dit wordt uitgelegd in het boek The Art of Hypnotherapie (4e editie, Crown House Publishing, 2010) en in het boek Hypnosis for Inner Conflict Resolution: Introducing Parts Therapie (Crown House Publishing, 2005).
Wie zal het beste reageren?
Ik weet uit ervaring – meer dan 29 jaar in het vak – dat een diepgehypnotiseerde cliënt in de regel beter reageert op partstherapie, dan iemand in een lichte staat van hypnose. Deze laatste kan namelijk makkelijk het hele proces –  of onderdelen ervan – weerstaan. Zelfs zonder dat je dat als hypnotherapeut merkt. Sommige therapeuten die een variant van partstherapie toepassen werken met een cliënt bij wie het normale bewustzijn nog vrij actief is. Het is mogelijk dat met een aantal cliënten gunstige resultaten worden geboekt, maar de meer analytische personen zullen interferentie of weerstand ervaren tijdens het proces. De behaalde voordelen zijn dan slechts tijdelijk.
Ikzelf heb een aantal malen partstherapie ondergaan, waarbij de hypnotiseur mij onvoldoende verdiepte. Met als gevolg dat mijn analytische geest voorkwam dat er een permanent resultaat werd geboekt.
Aanvullend op de voorwaarde dat de cliënt naar een diepe hypnotische staat wordt begeleid is het belangrijk om cliëntgerichte partstherapie toe te passen. Zo kan je een blijvende oplossing krijgen, wat betekent dat de antwoorden en oplossingen echt vanuit de cliënt komen en geen suggesties zijn die via de hypnotherapeut zijn binnengekomen.

 

Waarom is partstherapie effectief?

In plaats van dat de cliënt zijn macht ‘weggeeft’ aan iemand anders om met oplossingen te komen in de vorm van suggesties, ontdekt de cliënt zelf de beste oplossing voor een innerlijk conflict. De cliënt doet dit door vragen van de hypnotiseur te beantwoorden. Als het cliëntgerichte partstherapieproces begint wordt dat meteen duidelijk door bij elk deel dat omhoog komt te vragen naar de naam en het belangrijkste doel. Mijn hele aanpak concentreert zich op het stellen van vragen die elk deel motiveren om de doelstelling te onthullen en zo een oplossing te vinden voor het probleem. Als het op een cliëntgerichte wijze wordt uitgevoerd, dan versterkt partstherapie de cliënt!

Een aantal jaren geleden vroeg een psycholoog mij om partstherapie toe te passen om haar te helpen een innerlijk conflict op te lossen. Toen zij terugkwam uit hypnose waren haar eerste woorden: “De oplossing is zo simpel. Ik wou dat ik daar zelf aan had gedacht!” Ik herinnerde haar er meteen aan dat de oplossing wel degelijk van haar zelf afkomstig was en niet van mij. Ze glimlachte. Ze was het ermee eens en bevestigde de waarde van partstherapie.
Cliëntgerichte partstherapie helpt cliënten zichzelf te versterken, omdat de kracht om te veranderen bij de cliënt ligt en niet bij de therapeut. Het is onze taak de juiste vragen te stellen om zo de cliënt te helpen de antwoorden te vinden. Als de antwoorden vanuit de cliënt zelf komen – dus niet via iemand anders – krijgt de cliënt méér dan alleen een succesvolle oplossing van het oorspronkelijke probleem. Prettige bijeffecten zijn namelijk dat zijn vertrouwen en zelfwaarde groeien!

 

Varianten van partstherapie

Al tientallen jaren worden varianten van partstherapie toegepast. Laat ik kort ingaan op een aantal van deze varianten, te beginnen met mijn favoriet: ego state therapie. Deze is ontwikkeld door dr. John Watkins en Helen Watkins. Ego state therapie is door de jaren heen steeds populairder geworden. Dr. Gordon Emmerson heeft de ego state therapie met de snelheid van het licht in de 21e eeuw gebracht dankzij zijn belangrijk boek, Ego State therapie (Crown House Publishing, 2003). Dit boek is verplichte literatuur voor mijn hypnotherapiestudenten. Emmerson gelooft dat we gebruikmaken van vijf tot vijftien ego staten gedurende een normale week, en dat we er nog meer beschikbaar hebben als dat nodig is. Verder is Emmerson van mening dat hypnose ego state therapie krachtiger maakt, hetgeen een verdere validatie biedt voor de leer van Charles Tebbetts.

Iedereen die serieus op zoek is naar nieuwe manieren van werken met de innerlijke geest zal boeken ontdekken over voice dialogue, een andere variant van partstherapie. Voice dialogue is gebaseerd op het werk van dr. Hal Stone en dr. Sidra Stone. Zij benoemen de ego delen als ‘zelf’ of ‘subpersoonlijkheden’ en labelen de verschillende subpersoonlijkheden als beschermer/controller, de pleaser, de perfectionist, etc. Op een manier die lijkt op Gestalt-therapie speelt de cliënt de rol van elk deel, door bijvoorbeeld steeds op een andere stoel te gaan zitten of door veranderen van positie. De therapeut faciliteert de dialoog en de resultaten.
Mijn bezwaar tegen voice dialogue is het ontbreken van een formele inductie in hypnose. Met weinig of geen trancestaat kan er vanuit de bewuste geest gemakkelijk meer analytische weerstand komen. Een van mijn eigen ineffectieve sessies als ‘cliënt’ vond plaats toen een andere therapeut dacht een succesvolle sessie voice dialogue met mij te hebben gedaan. De afwezigheid van trance resulteerde in een ‘oplossing’ die slechts enkele weken duurde.
John Bradshaw beoefent zijn eigen versie, hoewel hij het werk prijst van Hal en Sidra Stone. Hij faciliteert een groepssessie waar hij zijn cliënten aanmoedigt om te mediteren met innerlijke beelden, en van het innerlijke kind te houden. Vervolgens neemt hij zijn cliënten mee door alle ‘ontwikkelingsstadia’ om uit te vinden of in elke fase aan de behoeften is voldaan. In elke fase worden suggesties voor positieve veranderingen gegeven (of een deel van het innerlijke kind). John Bradshaw is succesvol. Beslist u zelf of dit een variant is van partstherapie.
John Rowan presenteerde het concept van subpersoonlijkheden in zijn boek, Discover Your Subpersonalities (Routledge, 1993). Hij stelt dat onze geest van nature kan worden verdeeld in porties en fasen, met vroegere en latere historische niveaus. Verschillende zones en ontwikkelingsstoornissen kunnen leiden tot veel interne figuren. Net als de meeste auteurs van soortgelijke boeken, geeft hij de verschillende subpersoonlijkheden (of delen) een naam. Hoewel enigszins analytisch, is zijn boek geschreven voor de beginner. Het is makkelijk leesbaar en zeer informatief. Het bevat talrijke oefeningen, samen met een aantal vragenlijsten voor zelfbewustzijn.
Nancy J. Napier, een bekende huwelijks- en gezinstherapeut, werkt ook met een variant van partstherapie. Haar boek, Recreating Your SELF: Help for Adult Children of Dysfunctional Families (Norton, 1990) geeft ook voorbeelden van de oorsprong van verschillende persoonlijkheidsdelen. Ze noemt ze ‘beschermer’-delen en ‘resource’-delen, en biedt een aantal scripts voor zelfhypnose om de verschillende delen te kunnen identificeren, reinigen en helen.
Sommige therapeuten gebruiken een variant van partstherapie dat conference room therapie wordt genoemd. Hoewel op veel onderdelen vergelijkbaar met partstherapie, gebruiken de therapeuten het beeld van een conferentieruimte. Mijn zorg is dat de beelden worden gestuurd door de therapeut en niet door de cliënt. Stel dat de cliënt werd ontslagen, en dit nieuws te horen kreeg in zo’n soort vergaderruimte? Ik raad mijn studenten aan om het gebruik van beelden tijdens partstherapie te vermijden, tenzij de beelden van de cliënt zelf komen. De vredige plek van de ene persoon kan juist een angstige plek zijn voor een ander.
Tijdens een hypnoseconventie enige tijd geleden sprak ik met een hypnotiseur die een variant gebruikt van het in gesprek gaan met de fysieke delen. Cliëntenrollenspel (zoals Gestalt-therapie) met het hart, de hersenen, de lever, de voet, het oor, enz. Blijkbaar boekt hij hiermee resultaat. David Quigley, de oprichter van het Alchemical Hypnotherapy Institute, leert een variant van partstherapie die vergelijkbaar is met die van Charles Tebbetts, maar hij zoekt bepaalde delen die specifieke taken vervullen. Onze twee benaderingen zijn zowel verschillend als verenigbaar. Ook dr. Kevin Hogan, FAPHP, gebruikt een variant van partstherapie die vergelijkbaar is met wat ik onderwijs. Hij bespreekt dit in zijn boek, The New Hypnotherapie Handbook (Netwerk 3000, 2001).
Hoewel andere varianten van partstherapie effectief kunnen zijn voor sommige mensen, geef ik er de voorkeur aan om de waardevolle hypnotherapeutische technieken te gebruiken en te onderwijzen, zoals Charles Tebbetts deze heeft onderwezen. Gedurende mijn carrière heb ik het werk van mijn mentor ge-update zodat het gelijke tred houdt met de veranderende tijden.
door C. Roy Hunter, FAPHP, Hypnosedocent